Antwoorden op kamervragen over zwarte scholen

14 juni 2002

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Grondwet en democratie 
  4. Grondwet en Statuut 
  5. kamerstukken 
  6. Antwoorden op kamervragen over zwarte scholen

Grondwet en Statuut

Inhoud pagina: Antwoorden op kamervragen over zwarte scholen

14 juni 2002

Vragen van het lid Lazrak (SP)Lazrak (SP) (extern) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mw. Adelmund en de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid naar aanleiding over berichten over toename van segregatie (concentratiescholen) en dreigende sluiting van zwarte scholen door teruglopende leerlingenaantallen. (Ingezonden 24 mei 2002).

1. Vraag
Kent u het bericht Meer zwarte basisscholen met sluiting bedreigt? [1]

1. Antwoord
Ja.

2. Vraag
Wat is uw oordeel over het feit dat bijna één op de vijf zwarte basisscholen door krimpende leerlingenaantallen met sluiting wordt bedreigd?

2. Antwoord
Jaarlijks zijn er tussen de 500 en 600 basisscholen die worden aangeschreven omdat zij onder de opheffingsnorm verkeren. De meeste scholen voldoen aan een wettelijke uitzonderingsmaatregel en zijn niet daadwerkelijk bedreigd. Dit jaar zijn er (afgezien van nieuwe scholen en nevenvestigingen) 539 scholen aangeschreven. Daarvan waren er 69 zwart (meer dan 50% leerlingen uit etnische minderheidsgroepen). Van de 539 scholen wordt er per 1 augustus 2002 één school opgeheven. Dit is geen zwarte school.
In het voortgezet onderwijs heeft 1 school (Niels Stensencollege in Utrecht) besloten per 1 augustus 2002 tot opheffing over te gaan (67% van de leerlingen van deze school behoort tot de etnische minderheden). Een fusiepoging met het Thorbecke-college in Utrecht slaagde niet, ondanks steun van OCenW en gemeente, doordat onvoldoende leerlingen belangstelling toonden voor de nieuwe opzet. De leerlingen worden opgevangen door andere VO-scholen in Utrecht.
Daarnaast telt 1 school in het huidige cursusjaar 2001/2002 de eerste keer minder leerlingen dan de opheffingsnorm. Deze school wordt echter nog niet met opheffing bedreigd. Pas als 3 schooljaren het aantal VO-leerlingen minder bedraagt dan de opheffingsnorm komt opheffing aan de orde (17% van de leerlingen van deze school behoort tot de etnische minderheden). Overigens kent ook de WVO een mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden tot ontheffing over te gaan. In de regel wordt opheffing van een VO-school voorkomen door te fuseren met een naastliggende school. Is dat niet het geval dan worden veelal afspraken gemaakt met naastliggende scholen over de opvang van de leerlingen of vindt gefaseerde afbouw plaats.

3. Vraag
Deelt u de mening van onderwijsadviesbureau Sardes, dat schrijft: Door de groei van het aantal concentratiescholen wordt de vraag naar de wenselijkheid van een spreidingsbeleid steeds sterker? [2] Kunt u uw antwoord toelichten?

3. Antwoord
De groei van het aantal zwarte scholen is een zorgelijke ontwikkeling. Deze zorg is destijds ook geuit door de Tweede Kamer. Deze signalen vanuit de Kamer zijn voor mij in 1999 aanleiding geweest om een Ronde Tafel conferentie over dit onderwerp te organiseren met een aantal gemeenten en wetenschappers. De brochure van Sardes «Apart of gemengd» is op basis hiervan tot stand gekomen. In de praktijk blijkt dat steeds meer gemeenten worden geconfronteerd met segregatieverschijnselen. Gemeenten proberen een op de lokale situatie toegesneden oplossing te vinden. Gemeenten wordt met deze brochure een handreiking geboden bij het zoeken naar een oplossing. In deze brochure wordt namelijk uiteengezet wat een gemeente kan doen om in te spelen op een toename van het aantal etnische minderheden in een wijk of buurt in relatie tot het onderwijs. Deze brochure biedt gemeenten ook handvatten voor het openbaar en het bijzonder onderwijs over de opname van het aantal leerlingen uit etnische minderheidsgroepen en het te voeren kwaliteitsbeleid. Er worden verschillende mogelijkheden genoemd: van de verbetering van de kwaliteit van de school tot afstemming tussen het openbaar en bijzonder onderwijs over de opname van het aantal leerlingen uit minderheidsgroepen.

4. Vraag
Wat gaat u doen met het advies van het VN-comité ter bestrijding van Racisme en Discriminatie, dat in Nederland verdere maatregelen moeten worden genomen om de segregatie te verminderen en om een multicultureel onderwijsstelsel na te streven? [3]

4. Antwoord
De opmerkingen en aanbevelingen uit het genoemde VN-rapport zijn door de regering ter harte genomen en verwerkt in het beleid ten aanzien integratie van etnische minderheden. Voor het onderwijs gaat het daarbij om het faciliteren van scholen met hoge concentraties allochtone leerlingen en het aanreiken van handvatten aan gemeenten die een meer evenredige spreiding van leerlingen over de scholen willen bewerkstelligen.

5. Vraag
Wat gaat u doen om meer gemengde scholen te krijgen nu blijkt dat het huidige beleid niet voorkomt dat de segregatie toeneemt en zwarte scholen worden gesloten?

5. Antwoord
Het ontstaan van scholen met hoge concentraties van leerlingen uit etnische minderheden hangt nauw samen met de samenstelling van de wijk/buurt. Uit het onlangs aan uw kamer toegezonden rapport van het ITS naar keuzemotieven van ouders blijkt dat de school in overgrote meerderheid een afspiegeling vormt van de buurt/wijk; immers de meeste ouders kiezen voor een school in de buurt. Daaruit blijkt dat de problematiek van segregatie in het onderwijs niet op zichzelf staat, maar alles te maken heeft met het volkshuisvestingsbeleid. Ik ben dan ook van mening dat een gezamenlijke aanpak vanuit meerdere ministeries met een gezamenlijke visie onontkoombaar is. Vanuit het Grote Steden beleid en ISV is de inzet erop gericht tot meer differentiatie van woningbouw in de betreffende wijken te komen. Het is aan het volgende kabinet om dit beleid al dan niet, of in bijgestelde vorm, voort te zetten.

6. Vraag
Bent u bereid te stimuleren dat elke gemeente een actief scholieren-spreidingsplan gaat maken om zo snel mogelijk gemengd onderwijs in de gemeente te realiseren? Deelt u de mening dat gratis scholierenvervoer daarvan een onderdeel moet zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?

6. Antwoord
Het is aan de gemeente om afhankelijk van de lokale situatie en in overleg met ouders en schoolbesturen een beleid te ontwikkelen ten aanzien van scholen met hoge concentraties leerlingen uit etnische minderheidsgroepen. Daarbij kunnen tevens afspraken worden gemaakt met het openbaar en bijzonder onderwijs over verdelingspercentages. Het ministerie van OCenW wil daarbij gemeenten handvatten aanreiken, wat onder andere is gebeurd door het aanbieden van de brochure van Sardes die samen met de VNG is gemaakt («Apart of gemengd», april 2002). Gemeenten zijn niet gehouden om leerlingen gratis te vervoeren als ouders voor hun kind een «witte», «zwarte» of «gemengde» school kiezen.
Artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) waarin het leerlingenvervoer is geregeld, is in de wet opgenomen om financiële belemmeringen te voorkomen bij de keuze van ouders voor een school voor hun kind met de door hen gewenste godsdienst of levensbeschouwing. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Het artikel is dus bedoeld de vrije keuze met betrekking tot de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting van een school, die de ouders voor hun kinderen wenselijk achten, vast te leggen. Wanneer men kiest voor een bepaalde onderwijskundige of pedagogische stroming, bijvoorbeeld Montessori, Jenaplan of Dalton, of juist niet, komt men niet in aanmerking voor een vergoeding. Enig uitgangspunt is; dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Om die reden komt men ook niet voor vergoeding in aanmerking wanneer men kiest voor een «witte», «zwarte» of «gemengde» school die niet tevens de dichtst bijzijnde is. Daarvoor is een wijziging van de WPO nodig.


[1] Trouw, 23 mei jl.
[2] Persbericht Sardes, 14 mei jl.
[3] Rapportage van het VN-comité ter bestrijding van Racisme en Discriminatie (CERD/C/362/Add. 4), 6 juli 1999