Kruimelpad
- Home
- Onderwerpen
- Openbaar bestuur
- Minderheidstalen
Inhoud pagina: Minderheidstalen
Introductie
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is coördinerend bewindspersoon voor het Friese taalbeleid op rijksniveau. De minister ziet erop toe dat uitvoering gegeven wordt aan de door Nederland ondertekende bepalingen van het 'Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden'. De minister wordt in de werkzaamheden ondersteund door het Consultatief Orgaan ten behoeve van de Friese taal. Afspraken die het Rijk en de provincie Fryslân maken over beleidsinspanningen en -verplichtingen ten aanzien van het Friese taalbeleid worden periodiek vastgelegd in de zogenaamde Bestuursafspraak Friese taal en cultuur.
Het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden dat op 1 maart 1998 van kracht werd, heeft als doel het cultureel erfgoed van autochtone minderheidstalen in Europa te beschermen en de instandhouding en het gebruik van deze talen te bevorderen. De principes die hieraan ten grondslag liggen zijn: de waardering voor de eigen identiteit van de sprekers van een minderheidstaal, het respect voor het geografische gebied waarin de taal wordt gebezigd en de behoefte aan haar bevordering en de vergemakkelijking en/of aanmoediging van het gebruik van regionale of talen van minderheden in woord en geschrift, in het openbaar en privé.
Het Handvest bevat specifieke bepalingen die de partijen die het verdrag ondertekend hebben, kunnen onderschrijven. Daarmee verplichten deze landen zich maatregelen te treffen op de terreinen onderwijs, rechterlijke autoriteiten, bestuurlijke autoriteiten en openbare diensten, media, culturele activiteiten en voorzieningen, economisch en sociaal leven en grensoverschrijdende uitwisselingen.
Ieder land dat het verdrag ondertekend heeft, moet voor de Raad van Europa eens per drie jaar een rapportage opstellen die wordt voorgelegd aan een onafhankelijke commissie van deskundigen. In de rapportage wordt de situatie van de regionale talen of talen van minderheden binnen het territorium beschreven. De rapportage moet tevens een overzicht bevatten van de relevante wetgeving en beleidslijnen die de regering heeft aangenomen teneinde te voldoen aan haar met de raticifatie aangegane verplichtingen. In 1999 verscheen de rapportage 'inzake de maatregelen welke Nederland heeft getroffen ten aanzien van de Friese taal en Cultuur'.
Naast de Friese taal heeft Nederland ook een aantal andere talen onder de werking van het Handvest gebracht. Dat zijn de Nedersaksische talen, het Limburgs, het Jiddisch en de talen van de Roma en Sinti. Ook over deze talen heeft Nederland rapportages aan de Raad van Europa uitgebracht.
'Consultatief Orgaan ten behoeve van de Friese taal'
Op 15 januari 1998 heeft toenmalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Kohnstamm het Consultatief Orgaan ten behoeve van de Friese taal ingesteld. Voorzitter van dit orgaan is oud-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken mevrouw De Graaff-Nauta. Het orgaan rapporteert aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkijksrelaties over de behoeften en de wensen ten aanzien van de Friese taal en cultuur in relatie tot het Europees Handvest.
'Bestuursafspraak Friese taal en cultuur'
Afspraken over de door Rijk en provincie te leveren beleidsinspanningen en -verplichtingen ten aanzien van het Friese taalbeleid worden periodiek vastgelegd in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur. Om aanbevelingen te kunnen doen voor een succesvolle ratificatie en implementatie van het Europees Handvest worden de verschillende rollen van de lokale en regionale autoriteiten, de staat en de NGO's onder de loep genomen.
